Hoofdtradities en paden

Categories: Uncategorized

Meer dan bij andere religies is het onderverdelen van het hindoeïsme in verschillende stromingen een uitdaging. Sterker nog, het maken van zo’n onderverdeling zou onbewust het idee kunnen versterken dat het hindoeïsme één monolithische religie is, wat niet het geval is. Zoals eerder al vernoemd, kan het hindoeïsme beter worden gekarakteriseerd als een ‘familie van religies,’ waarbinnen elk familielid autonoom is en onderscheidende familietrekken vertoont. Het feit dat sommige tradities monotheïstisch zijn en andere monistisch en weer andere polytheïstisch, bewijst dat het hindoeïsme nogal verschilt van andere wereldreligies. In een poging de specifieke stromingen binnen het hindoeïsme te onderscheiden lopen we het gevaar te veel te generaliseren, waardoor er stereotypen en onwerkelijke demarcaties ontstaan. Toch is een voorlopig raamwerk bruikbaar, en zelfs noodzakelijk, voor het categoriseren van de talloze groepen en subgroepen.

De classificatie van het hindoeïsme wordt in belangrijke mate bepaald door de focus van verering en kan onderscheiden worden in vier hoofdtradities:

  1. Het vaishnavisme is de grootste traditie binnen de familie van het hindoeïsme. Het is de oudste monotheïstische traditie ter wereld. Volgelingen worden vaishnava’s genoemd en zij vereren God in Zijn gedaante van Vishnu en met de namen van Vishnu (‘de Alomtegenwoordige’), Krishna (‘de Alaantrekkelijke’), Rama (‘de bron van alle plezier’) of met andere bekende namen en gedaanten van Gods avatara’s (‘Hij die neerdaalt’). Binnen het vaishnavisme zijn er vier hoofdtakken of sampradaya’s en vele ondergeschikte vertakkingen. De theologen of stichters van deze vier sampradaya’s zijn: Ramanuja (Sri-sampradaya), Madhva (Brahma-sampradaya), Nimbarka (Kumara-sampradaya) en Vishnuswami (Rudra-sampradaya). De belangrijkste vedische geschriften die de vaishnava’s bestuderen en navolgen zijn: Het Mahabharata, het Ramayana, de Bhagavad-gita, het Bhagavat Purana en de Vedanta-sutra. Belangrijke pelgrimsoorden van de vaishnava’s zijn: Mathura/Vrindavana, Ayodhya, Puri, Dvaraka, Tirupati, Gurvayor en Shri Rangan.

 

  1. Het shaivisme is de op een na grootste traditie en heeft verscheidene belangrijke vertakkingen. Over het algemeen wordt het geassocieerd met de beoefening van ascese. Heer Shiva zelf wordt veelal afgebeeld als een mediterende yogi in de Himalaya’s. De belangrijkste vedische geschriften die de shaiva’s bestuderen en navolgen zijn: de Svetashvatara Upanishad, het Shiva Purana en de Agama’s. Belangrijke pelgrimsoorden van de shaivisten zijn onder andere: Benares, Rameshvaram, Kedarnatha en Amarnatha.
  2. Het shaktisme richt zich voornamelijk op de godin die meestal ‘Devi’ wordt genoemd, en die wordt vereerd als de metgezellin van Shiva in haar verschillende gedaanten (Parvati, Durga, Kali e.a). De belangrijkste vedische geschriften die de shakta’s bestuderen en navolgen zijn: het Devi Purana, het Kalika Purana, het Devi Bhagavata Purana en de Tantra’s. Hun belangrijke pelgrimsoorden zijn onder andere: Bengal, Calcutta, Kanyakumari, Madurai, en Vaishno Devi.
  3. De vierde hoofdtraditie binnen het hindoeïsme wordt Smarta genoemd en de volgelingen smarta’s. De belangrijkste theoloog binnen deze traditie is Shankaracharya of Adi Shankara, die naar men zegt het systeem van het vereren van vijf goden heeft ingevoerd. Hij was de stichter van de advaita-school van vedanta, die de wijdverbreide opvatting ondersteunt dat alle goden gelijk zijn. De belangrijkste vedische geschriften voor de smarta’s zijn: Het Vedanta-sutra, de upanishads en het Shariraka Bhasya (Shankaracharya’s commentaar op het Vedanta-sutra). Hun belangrijke pelgrimsoorden zijn onder andere: Badrinatha, Puri, Kanchipuram.

Een ander criterium voor het onderverdelen van volgelingen binnen het hindoeïsme is het spirituele proces of pad dat ze verkiezen. Hoewel er binnen het hindoeïsme verscheidene godsdienstpraktijken zijn, vallen de meeste onder te verdelen in vier hoofdcategorieën of paden (marga’s). Omdat deze paden gericht zijn op eenheid (met God), worden ze ook wel yoga’s genoemd. Dit zijn:

  1. karma-marga/yoga of het pad van (de juiste) activiteit
  2. jñana-marga/yoga of het pad van kennis
  3. rajamarga/yoga (ook astanga-marga/yoga) of het pad van meditatie
  4. bhakti-marga/yoga of het pad van de devotie

De vier eerder genoemde sampradaya’s geven vaak de voorkeur aan een of meerdere van deze paden. Zo geven vaishnava’s de voorkeur aan het pad van devotie; shaiva’s aan dat van kennis en meditatie; shakta’s aan dat van de juiste activiteit; smarta’s aan dat van kennis.